Gildenhuis, Izegem

Het Gildenhuis in Izegem had tijdens de Eerste Wereldoorlog verschillende functies.  Zo werden in december 1914 vluchtelingen die aankwamen in Izegem door de Duitse bezetter in het Gildenhuis opgesloten. Later werden deze vluchtelingen elders ondergebracht waardoor het Gildenhuis een nieuwe functie kreeg. Duitse soldaten werden er ingekwartierd en konden zich ontspannen met bier en muziekrepitities. Na de tweede slag bij Ieper werd het gebouw door de grote stroom aan gewonden een Duits lazaret.

Jules Gits schreef op 21 januari 1915 in zijn dagboek: “Er is ongetwijfeld in onze stad geen enkel gebouw dat diende en strekte voor zo menigvuldige en verscheidene dingen als ons Gildenhuis. ‘k Was in die zaal tegenwoordig wanneer zijne doorluchtige hoogwaardigheid monseigneur Gustavys Josephus Waffelaert, bisschop van Brugge tot de wijding overging. En nog klinken mij in de oren de woorden door de weledele heer baron Jean Gillès de Pélichy op deze stond uitgesproken. “Men zegt”, sprak hij, “ dat deze zaal veel te hoog, veel te lang, veel te breed is. Maar zij kan nooit te hoog, nooit te lang, nooit te breed zijn, aangezien zij dienen moet om de liefdadige en christelijke inrichtingen van Izegem te beschutten!”