Izegem-Emelgem-Kachtem

Aan het einde van de zomer, op 23 augustus 1914, arriveerden de eerste Duitse verkenners in Izegem. Dit verliep niet zonder slag of stoot; bij een korte schermutseling kwam één Belgische gendarme om het leven. Met dit incident was de oorlog in Izegem een feit. In de weken die volgden, spoelden steeds meer vluchtelingen aan, afgewisseld met groepen Duitse verkenners. De sfeer werd grimmiger en de Izegemse bevolking sloeg begin oktober zelf op de vlucht voor het opkomend Duitse geweld. Op 12 oktober drongen een 30-tal soldaten met het nodige geweld Izegem binnen. Pas enkele dagen later overspoelden de Duitse troepen de stad en namen ze hun intrek in huizen en overheidsgebouwen. Op Schuwe Maandag doodden de Duitse soldaten vier burgers en legden ze een aantal huizen in de as. Ze installeerden de Ortkommandantur in het woonhuis van brouwersfamilie Vandoorne en richtten een aantal hoge punten, zoals de kerktoren, in als uitkijkpost.

Izegem lag buiten het frontgebied en ontpopte zich tot Rode Kruispost. De zalen van het rusthuis en het nieuw opgerichte goederengebouw boden plaats aan zieken en gewonden. De inwoners huisvestten het verplegend personeel en de dokters. Tijdens de eerste bezettingsmaanden was de toevloed aan gewonden enorm. Langs de vaart installeerden de Duitsers negen grote verzorgingstenten, die ze later vervingen door barakken, en ook het klooster van de paters richtten ze in als lazaret.

Dat openbare gebouwen wel heel flexibel werden ingezet, bewijst het voorbeeld van het Gildenhuis: eerst een gevangenis voor vluchtelingen uit de frontstreek, vóór er Duitse soldaten ingekwartierd werden. Later een Soldatenheim, een ontspanningsoord voor soldaten, en in april 1915 opnieuw herbestemd als lazaret.

Stilaan maakte Izegem zijn reputatie als garnizoensstad waar: er kwam een casino voor de officieren, een tandarts, een mooie tuin voor revaliderende soldaten, een badinrichting…maar ook een  groot Duits kerkhof. Toch bleef het bovenal een stad van lazaretten. De toestroom van gewonden verminderde immers niet. De oprichting van een speciaal lazaret voor tyfuslijders moest de ziekte bij soldaten en burgers zien in te dijken. De locaties van de verzorgplaatsen wijzigden frequent wat een duidelijk overzicht van het aantal hospitalen en hun vestigingsplaats verhinderde.

In 1917 legden de Duitse soldaten een vliegveldje aan op de wijk Abele, vlak naast het vliegveld Rumbeke-Oost. Het bleef in gebruik tot de zomer van 1918. Maar ook Izegem zelf kreeg een aantal luchtaanvallen te verwerken, zoals de bom op de kerk van Emelgem in augustus 1917. Op 15 oktober 1918 waren er diverse pogingen om Izegem en Ingelmunster te bevrijden, maar deze mondden uit in een bloedbad. Toch slaagden de Belgische soldaten er op 16 oktober in om beide gemeentes te bevrijden. Verschillende soldaten en inwoners kwamen toen om het leven.

Veel van deze oorlogsgebeurtenissen zijn uitgebreid beschreven door Jules Gits in zijn oorlogsdagboek.