Klooster ten Bunderen, Moorslede

Vluchtelingen die in de streek aankwamen kregen in het klooster van de zusters van de Heilige Familie onderdak. De vluchtelingen hadden vaak vreselijke verhalen mee, waardoor angstige ouders hun kinderen van school haalden. Op Schuwe Maandag namen de Duitsers hun intrek in de kerk, het klooster en enkele huizen. Deuren en vensters werden ingeslagen, drank en kostbare voorwerpen gestolen.

Duitse soldaten hadden in de kapeltoren van het klooster licht zien branden en vermoedden dat Britse spionnen of militairen er zich verscholen. Ze vielen het klooster binnen en bedreigden Moeder-Overste en de directeur van het klooster. Omdat ze niets vonden, gingen de soldaten weer weg. Directeur Verhelst had bij de aanvang van de oorlog verschillende kostbare voorwerpen en kunstwerken naar veiligere oorden gezonden. Begin november 1914 werd hij opgepakt en naar Roeselare gestuurd omdat hij verdacht werd van spionage.

Tijdens de oorlog werden er gewonde soldaten naar het klooster gebracht. De zusters hielpen bij de verzorging en voeding van de patiënten.  Na een tijdje werden op twee zusters na, al de andere zusters weggebracht en werd het gebouw een slaapplaats voor Duitse soldaten. Enkele zusters keerden terug, maar in augustus 1917 moesten ze omwille van de veiligheid de regio toch verlaten. In het najaar van 1918 is het klooster van Moorslede volledig vernield tijdens het slotoffensief. De moeizame heropbouw startte in 1919 en werd samen met alle nieuwe gebouwen in Moorslede feestelijk ingewijd in augustus 1924.