Moorslede-Dadizele-Slypskapelle

Eind september 1914 kwamen de eerste vluchtelingen aan in Moorslede. Ze vonden onderdak in een school. Kort daarna, op Schuwe Maandag, namen de Duitse soldaten Moorslede, Dadizele en Slypskapelle in. Opgejaagd door het oorlogsgeweld, sloegen de burgers op de vlucht.  

Moorslede en Dadizele lagen zeer dicht bij de frontlinie. Beide gemeenten werden gedurende de oorlog verschillende keren ontruimd omdat het te onveilig was voor de inwoners.  De burgers trokken dan richting Roeselare, dat verder van het front lag. Tijdens de eerste ontruiming mochten enkel de kloosterzusters blijven om de zieken en gewonden te verzorgen. De gevechten aan het front bleven doorgaan, en ook de gewonden bleven komen. Om voldoende opvangcapaciteit te voorzien, kreeg de basiliek van Dadizele een nieuwe bestemming als lazaret.

Moorslede, Dadizele en Slypskapelle liepen door de beschietingen heel wat schade op, vooral de kerken waren een geliefkoosd doelwit. Tijdens de derde slag bij Ieper en het eindoffensief kregen de gemeenten het extra zwaar te verduren, waardoor ook de laatste inwoners hun huizen ontvluchtten. In 1918 riep de overheid de bevolking op om terug te keren naar hun gemeentes, maar wie eind oktober 1918 de streek van Mooorslede kwam bezoeken, kon z’n ogen niet geloven. Het dorp was compleet verwoest en lag bezaaid met oorlogsmateriaal en lijken waartussen het krioelde van het ongedierte. Niemand kon vermoeden dat hier ooit nog iemand zou kunnen wonen en werken. De aangestelde dwangarbeiders bouwden de eerste barakken, het begin van de wederopbouw was begonnen.