Roeselare-Beveren-Oekene-Rumbeke

Roeselare, Beveren en Rumbeke kenden een gruwelijke inname op 19 oktober 1914. Deze dag ging de geschiedenis in als Schuwe Maandag en tekende de oorlogsherinneringen van al de Roeselarenaars.

Roeselare transformeerde tijdens de oorlog tot een belangrijke garnizoensstad door zijn dichte ligging bij het front. In Roeselare had je alles: een vliegveld in Rumbeke, vele ziekenhuizen, keukens, opslagplaatsen, munitiedepots, paardenstallen... Voor de Duitse infrastructuur werden dan ook heel veel gebouwen opgeëist en was de stad een logische plek voor de inkwartiering van veel soldaten.

Bovenop de talrijke soldaten overspoelden ook vluchtelingen meerdere malen Roeselare tijdens de oorlog. Deze werden opgevangen in verschillende openbare gebouwen en bij de mensen thuis.

De voorbereidingen voor de gasaanvallen en de tweede slag bij Ieper in april 1915 zorgde voor  een grote bedrijvigheid in de regio. Zo stationeerden er op 1 april 1915 ruim 4000 soldaten in Rumbeke, aangevuld met heel veel krijgsgevangenen na de slag.

De ontspanningsmogelijkheden voor deze vele soldaten waren dan ook legio. In april 1916 werden de dorpscafés van Beveren in twee categorieën ingedeeld, de ene mochten drank verkopen aan de Duitsers, de andere niet. Sommige cafés voor burgers werden gesloten.

In 1917 namen de luchtgevechten en bombardementen steeds meer toe. Zo was er een grote luchtaanval op 21 april 1917 die heel veel schade aanrichtte en waarbij er doden vielen.  Vanaf september 1917 kregen de inwoners van Roeselare en de omringende gemeenten de toestemming om weg te trekken, sommigen werden verplicht gedeporteerd. Eind september 1918 kreeg iedereen het bevel de stad te verlaten.

Roeselare werd bevrijd op 14 oktober 1918, Beveren volgde de dag nadien. Dit betekende niet meteen het einde van het oorlogsgeweld. Zo bleef Roeselare nog enkele dagen bestookt met obussen.

De wederopbouw kon beginnen en Roeselare speelde hierin een belangrijke voortrekkersrol met zijn experimenten met nieuwe stijlen en de bouw van een tuinwijk op het gehucht Batavia als test. Toch kozen bijna alle gemeentes voor een herstel en reconcstructie van de bebouwing van de vooroorlogse periode.

Foto: collectie Johan Delbecke, Roeselare