Spionagekwestie

12 mei 1918. Spionagekwestie. Een koele morgen: de 12e mei vernamen wij dat de militär polizei met geheime politie in de nacht en de vroege morgen een aantal jongelingen van Izegem gevangen genomen had. In de voormiddag reeds vernamen wij dat het een kwestie gold van bespieding.  Ongelukkig waren bij de aangehoudene verschillige jongelingen van ons college, drie of vier, geloof ik. Uit die reden verwachte ik mij iedere dag een deugdelijke huiszoeking: ’t was immers heel natuurlijk dat professoren min of meer gemengd waren in de doening van hun leerlingen. Was het hier werklijke zo, ‘k weet het niet; tot heden toe heb ik daarover niet met zekerheid kunnen vernemen. Geen huiszoeking had plaats, toch vernam ik in stad, van een heer die soms ’t een en ’t ander hoorde van Duitse officieren dat de paters hoefden stijf op hun spel te letten..wat de jonkheden betreft, deze werden in Gent overtuigd van plichtigheid en veroordeeld van 10 tot 15 jaar dwangarbeid, enkel de zoon van drukker Depoorter van Rumbeke was ter dood veroordeeld, doch gegratieerd. Lang gevang deden zij niet; de wapenstilstand van november was hun verlossing. Bravo voor onze moedige kerels!

Dagboekfragment van gardiaan Hugo uit Izegem. (uit: Leven in operatiegebied, ..J-M Lermyte)