Cnockaert Martha

Martha Cnockaert (27/10/1892 – 08/02/1966), geboren in Westrozebeke, was 22 jaar wanneer Wereldoorlog I uitbrak. Ze meldde zich aan als vrijwilligster in het klooster, waar ze samen met gevluchte zusters uit Passendale gewonde soldaten verzorgde. Na de ontruiming van Westrozebeke eind januari 1915, ging Martha Cnockaert aan de slag als verpleegster in het Klein Seminarie in Roeselare.

Enkele dagen na haar aankomst in Roeselare sprak een lid van de Britse geheime dienst haar aan en werd ze spionne. Haar codenaam was Laura. Martha gaf informatie over het doen en laten van de Duitse bezetter in Roeselare door aan de geallieerden. Daarnaast zou ze ook verantwoordelijk geweest zijn voor enkele sabotagedaden, zoals het opblazen van een munitiedepot in Roeselare.

In november 1916 werd ze aangehouden en opgesloten in Gent. Op het einde van de oorlog bevrijdden Britse troepen haar uit haar cel. Na de oorlog trok ze naar Antwerpen, waar ze haar man John McKenna leerde kennen, een Britse legerkapitein. In 1932 verscheen het boek “I was a spy”, gebaseerd op haar leven als spionne in de oorlog. Dit boek was een bestseller in verschillende talen en werd tweemaal verfilmd. Op deze manier werd Martha Cnockaert een beroemde oorlogsheldin.

Velen betwijfelen na afloop de verhalen van Martha Cnockaert en verdachten haar ervan het spionageverhaal grotendeels te hebben verzonnen om op die manier rijk en beroemd te worden.