Arthur Colpaert uit Izegem gaf zich bij het begin van de Eerste Wereldoorlog op als vrijwilliger bij het Belgische leger. Na een opleiding werd hij ondergebracht bij de sectie B211 als artillerist. Later in de oorlog kwam hij bij de ‘genie’ terecht, de werksoldaten die instonden voor belangrijke infrastructuren zoals bruggen.

Gedurende vier jaar was hij als soldaat in verschillende zones van het frontgebied actief en kon hij tijdens zijn verlof even zijn familie bezoeken.

Arthur liet een oorlogsdagboek na, een verslag met zijn frontervaringen. Zo schrijft hij over zijn opgave als oorlogsvrijwilliger, het militaire relaas en hoe het leven was voor een soldaat aan het front. Waar verbleven ze? Wat aten ze?