Cowan James Basil

James Basil Cowan was een Australiër die tijdens de Eerste Wereldoorlog piloot was bij Britse Royal Flying Corps. Dit was de vliegeenheid van het Britse leger; de voorloper van latere Royal Air Force. Omdat Australië in die tijd een Britse kolonie was, vochten heel wat Australiërs mee in de oorlog.

Voor het eindoffensief van de geallieerden plaatste men hem, samen met Norman Jones een andere luitenant bij de Royal Flying Corps, over naar Sainte-Marie-Cappelle. Op 3 oktober 1918 kregen ze de opdracht om het station in Izegem te bombarderen. Tijdens de vlucht kwam een groep van 12 Duitse vliegtuigen vanuit het zuiden en vielen ze aan boven Ingelmunster. Één van deze vliegtuigen werd neergeschoten ten oosten van Ingelmunster, één ten noorden van Lendelede en een derde stortte brandend neer ten noordwesten van Izegem. Eén vliegtuig kwam in de problemen, dat van James Basil Cowan en Norman Jones. Nadat ze onder vuur werden genomen vatte het vliegtuig boven de Lichterveldse Heihoek vuur en verloor het snel hoogte. Ooggetuigen zagen dat de piloot van op ca. 600 m hoogte uit het toestel sprong of viel.

Het lichaam van James Basil Cowan vond men op enkele honderden meters van de Beverenstraat, in een weide. Het brandend vliegtuig met Norman Jones nog aan boord zweefde stuurloos voort en stortte enkele kilometer verder neer. Beide piloten werden die dag door het Britse leger genoteerd als ‘missing in action’, ‘vermist tijdens opdracht’. Het lichaam van James werd begraven bij het veldkruis aan de hoeve ’t goed ter Meersch in de Beverenstraat 78 in Lichtervelde. Wat die dag met Norman Jones gebeurde is onduidelijk, maar later werd hij overgebracht naar een Duitse militaire begraafplaats en erna naar de Britse begraafplaats in Harelbeke.

Désiré Boddin, een herbergier uit het gehucht Onledemolen in Gits was ooggetuige van de crash. Hij was als eerste ter plekke bij de neergestorte piloot. Al vlug waren ook enkele Duitsers ter plaatse, aangezien er een oefenterrein in de buurt was. Désiré zag snel dat er geen hulp meer kon baten voor de Australische piloot, maar wou uitvissen wie de dode was. In zijn brieventas vond hij een foto van Ethel Gutman. Het leek erop dat Cowan de vrouw goed kende. Het adres van Cowan in Londen stond onder andere op de foto. De Duitsers beslisten dat Désiré de foto mocht houden. Hij nam zich voor om de foto bij te houden en op te sturen naar de dame, van wie hij vermoedde dat het de geliefde van Cowan was. Uiteindelijk geraakte de brief via een andere Engelsman bij Ethel en kwam deze bijgevolg bij de broer van James terecht. De broer van James bezocht samen met de zoon van Boddin het graf van Cowan.

Later werden de stoffelijke resten van James opgegraven en naar het Britse kerkhof in Dadizele gebracht. Hij stierf op 24-jarige leeftijd, vijf weken voor de wapenstilstand. Vandaag ligt hij begraven op het Britse kerkhof in Harelbeke.

Foto: collectie Filip Van Devyvere