In haar spionageverhaal schreef de bekende spionne Martha Cnockaert af en toe over Lucelle Deldonck. Dit is de schuilnaam van haar tante Marie Deroo. Marie Deroo baatte voor de oorlog samen met haar man een graanhandel uit in Westrozebeke. Het gezin had vijf kinderen.

Van 21 tot 23 oktober 1914 werd burgemeester Mahieu van Roeselare krijgsgevangene in Westrozebeke. Hij moest van de Duitsers toezicht houden hoe burgers van Westrozebeke graven moesten delven voor Duitse soldaten. Drie dagen mocht hij overnachten in de woning van het gezin van Marie, recht tegenover het klooster. Wanneer de families van Martha en van Marie in januari 1915 moesten vluchten uit Westrozebeke en in Roeselare kwamen wonen, herinnerde burgemeester Mahieu zich de goede zorgen van de families. Hij stelde één van zijn leegstaande eigendommen ter beschikking waar de familie Cnockaert kon verblijven: café het Kroontje op de Grote Markt. Het gezin van Marie kreeg onderdak in het Schaartje in de Manestraat. Niet veel later vluchtte dit gezin echter naar Nederland.

Wanneer Marie als 48-jarige weer opdaagde in Roeselare was ze geëngageerd in een Brits spionagenetwerk. Ze moest inlichtingen verzamelen over de aanmaak en het transport van chloorgas. Anderhalf jaar lang kon Marie Deroo spioneren voor de Britten. Hiervoor stak ze meermaals de Nederlandse grens over. Uiteindelijk werd ze samen met andere leden van het netwerk in Ruiselede opgepakt door de Duitsers en veroordeeld tot twintig jaar dwangarbeid in november 1916. . Kort na de arrestatie van Marie werd ook Martha Cnockaert opgepakt in Roeselare.

Na de bevrijding keerde Marie Deroo ziek terug uit gevangenschap. Voor haar diensten tijdens de oorlog ontving ze op 25 november 1919 het Engelse oorlogskruis en op haar bidprentje stond dat ze een ‘Honorary member of the Military Division’ was.