Saelen Emiel

Emiel Saelen was de zoon van de fruit- en vishandelaar Lucien Saelen uit de Statiestraat in Lichtervelde. Hij werd in maart 1918 opgepakt voor het smokkelen van brieven en verdacht van spionage. Gevangengezet in Roeselare mishandelden zijn ondervragers hem. Maar Emiel zag een kans om te vluchten.

Dagenlang op de dool kwam hij op 16 maart 1918 samen met enkele lotgenoten samen in Torhout in de wijk ’t Schaekske. Duitse gendarmen verrastten er hen echter, maar het drietal kon ontkomen en vluchtten elk een andere richting uit. Emiel stal een paard en raakte ermee tot in de wijk De Breskens in Torhout, waar hij zich verschool in de woning van een schoenmaker. Maar de Duitsers ontdekten zijn schuilplaats en in de nacht van 16 op 17 maart omsingelden een patrouille van Duitse soldaten de woning. Emiel probeerde nog te ontkomen via de achtertuin, maar werd neergeschoten door de patrouille en afgemaakt met bajonetsteken. Hij stierf rond 2u ’s nachts in de keuken van de schoenmaker.

Intussen was de familie van Emiel al op 13 maart 1918 opgepakt. De familie was al eerder in aanvaring gekomen met de bezetter omdat ze hun herberg ’t viermolentje opengehouden hadden na sluitingsuur. Verdacht van medeplichtigheid aan de vlucht van Emiel werden ze allemaal opgepakt en naar Gent gebracht om van daaruit in een kamp in Holzminden te belanden. Tegen het einde van de oorlog waren er heel wat nieuwe gijzelaars aangekomen, waaronder 600 vrouwen die in aparte barakken werden ondergebracht. De omstandigheden in dit kamp werden barslecht: geen elementaire hygiëne en een tekort aan voedsel. De gevangenen moesten dagelijks verzamelen op het binnenplein, waar ze soms urenlang in de koude en in de regen verplicht bleven rechtstaan. Het gezin Saelen bleef tot aan de wapenstilstand gevangen. Op 25 november 1918 werden ze vrijgelaten.