Jules Vandoorne uit Lichtervelde werd geboren in 1894. In het begin van de oorlog, september 1914, werd hij als soldaat gemobiliseerd en naar Lier gezonden. Hij belandde uiteindelijk in het opleidingskamp in Valognes. Na zijn opleiding was het 2e regiment van de Grenadiers zijn nieuwe thuisbasis. Op 23 april 1915 werd hij naar het front gestuurd.

Jules bleef niet lang aan het front. Op 10 april 1915 werd hij in Merkem, in de buurt van het veerhuis aan de Ieperlee, gevangengenomen door de Duitsers en naar Duitsland gebracht, naar het kamp van Göttingen. Daarna kwam hij terecht in Güstrow, dicht bij Hamburg. In dit kamp moest hij zware arbeid verrichten waarvoor hij slecht betaald werd, per dag verdiende hij 0,30 mark.
In oktober 1917 zag hij zijn kans om te vluchten en ontsnapte hij richting Frankrijk. Deze reis duurde meer dan een maand. Op 5 december 1917 meldde hij zich in een kamp van de geallieerden in Auvours. Daar verbleef hij een maand, waarna hij werd toegewezen aan de artillerie. Na een opleiding in het kamp te Eu kwam hij op 2 februari 1918 terecht bij het 1e regiment zware artillerie. Daar bleef hij tot 8 oktober 1919. Op deze datum ging zijn onbepaald verlof in.

Na de oorlog kreeg hij op 10 januari 1919 een tegoedbon voor 61 mark. Deze was uitgeschreven door de kommandantur van het kamp in Gustrow waar hij tijdens de oorlog krijgsgevangene geweest was. Het was een uitbetaling van zijn loon.