De oorlogskeuken

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was België voor heel wat grondstoffen en landbouwproducten afhankelijk van import. Door de oorlog draaide de internationale handel volledig in de soep en werd voedselbedeling problematisch voor de Belgen. Door de Duitse bezetting was er in België amper 125.000 hectare vrije landbouwgrond beschikbaar, waarvan 86.000 hectare bovendien onder water was gezet om de opmars van het Duitse leger een halt toe te roepen. 95% van de Belgische landbouwgrond was tot het einde van de oorlog in Duitse handen.

Tijdens de oorlog werd België een wingewest voor Duitsland. De Belgische economie moest opdraaien voor de bezettingskosten van de Duitsers. Grondstoffen zoals papier, benzine, tarwe en aardappelen werden met de regelmaat van de klok opgeëist door de Duitse bezetter. De opgeëiste goederen werden samengebracht in Zentrales, waar de verdeling van het voedsel over het hele bezette gebied geregeld werd. In de praktijk verhuisden echter ook veel Belgische producten naar Duitsland. Daarnaast bouwden de Duitsers zelf nog andere infrastructuren om hun soldaten te bevoorraden. Zo waren er verschillende mobiele bakkerijen in de regio.

De opeising van landbouwproducten en andere levensmiddelen lag moeilijk bij de bevolking. Bijna elke gemeente werd verplicht om lijsten te maken van hun graanvoorraad, het aantal beschikbare paarden, etc. Het gebeurde dikwijls dat een gemeente meer moest leveren als straf voor het overtreden van bepaalde wetten. Broodgranen, aardappelen en boter waren zeer gegeerde producten. Het duurde niet lang of er ontstond een illegaal circuit waarin boeren en handelaars hun producten verkochten. De zwarte markt floreerde; rijke burgers waren vaak bereid om het tienvoudige te betalen van de gewone prijs. Op die manier kregen boeren en handelaars vaak een negatief imago. In de kranten verschenen verhalen over de woekerpraktijken van de boeren. Smokkelen, ‘blauwen’, werd vooral na de zomer van 1916 een standaardpraktijk, vooral in het verhandelen van vlees en aardappelen.

Door de vele opeisingen en het gebrek aan grondstoffen daalde het voedselaanbod en stegen de prijzen snel. Om deze inflatie tegen te gaan drukten veel gemeenten hun eigen noodgeld. Om de voedselcrisis in te dijken werd in 1914 het Nationaal Hulp- en Voedingscomiteit opgericht. Deze overkoepelende organisatie had kleine afdelingen in veel steden en gemeenten, waaronder ook de BIE-regio. In samenwerking met de boerenbond organiseerden de comiteiten dagelijks initiatieven om de voedselschaarste aan te pakken. Het maken van volkssoep is hiervan een erg succesvol voorbeeld. Mensen konden voor heel weinig geld, of gratis voor schoolkinderen, soep krijgen in de gemeente, mits ze op voorhand inschreven.

Er kwam ook hulp vanuit het buitenland. In heel wat gemeenten, zoals Izegem en Lichtervelde, werden ‘Amerikaanse winkels’ geopend, waar mensen goedkoop inkopen konden doen. Aan de hand van aardappelkaarten, kolenkaarten en vleeskaarten haalden de burgers proviand in huis. De winkels en de hulpcomiteiten waren een succes en er stonden soms lange wachtrijen. Toch kwam er ook kritiek op deze organisaties, die vaak ‘betuttelend’ werden bevonden.

Door de schaarste moesten de mensen creatief omgaan met de weinige middelen die voorhanden waren. Er werden van hoger hand ook brochures en kookboeken uitgegeven met recepten en tips om met weinig ingrediënten een maag te vullen. Zo werden erwten en bonen aangeprezen omwille van hun hoge voedingswaarde. Op het menu stonden verder vaak soepen van knolgewassen, peulvruchten en groenten.

2 oorlogsrecepten

Voor het project ‘Boter bij de vis’ digitaliseerde de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience uit haar collectie vijftien oorlogskookboekjes uit de Eerste Wereldoorlog, rijk aan recepten die de ‘rationele keuken’ volgen. Deze zijn nu niet alleen op papier raadpleegbaar in de leeszaal van de bibliotheek, maar ook digitaal ontsloten via de bibliotheekcatalogus en de website ‘Boter bij de vis’. Verdiep je in de recepten van toen en ontdek hoe creatief de bevolking omging met producten om de schaarse en dure voedingsmiddelen te vervangen!