Op de vlucht

Een maand na de start van de oorlog in België, arriveerden in september 1914 de eerste vluchtelingen in de BIE-regio. De meesten onder hen kwamen uit de regio rond Leuven, Brussel en Antwerpen. Ze kregen vaak de naam 'Mechelaars' door de plaatselijke bevolking omdat velen onder hen uit Mechelen kwamen. Het college in Lichtervelde deed in de eerste oorlogsmaand dienst als opvangplaats voor de Mechelse vluchtelingen. Ook in Moorslede gebruikte men het klein college voor de eerste opvang. De vluchtelingen vertelden vaak gruwelijke verhalen over Duitse moordpartijen en wandaden.

De gemeenten richtten snel hulpcomités op voor een zo goed mogelijk opvang van de vluchtelingen. Er werd gezorgd voor opvangplaatsen in openbare gebouwen zoals scholen en kloosters. Het Arsenaal in Roeselare, bijvoorbeeld, gebruikte men vanaf september 1914 als een opvangcentrum, onder andere voor inwoners van Moorslede die verplicht werden om hun huis te verlaten. De vluchtelingen kenden geen comfortabel verblijf in het Arsenaal, en al snel braken er allerlei ziektes uit, vaak met fatale gevolgen. Omdat de hygiënische toestand niet meer te houden was en de Duitse soldaten een pestepidemie vreesden, werden de vluchtelingen uiteindelijk vrijgelaten uit het Arsenaal en ondergebracht bij de plaatselijke bevolking.

Door de Duitse opmars aan het begin van de oorlog vluchtten heel wat mensen vanuit de BIE-regio verder naar Frankrijk, waar ze via Calais naar onbezet gebied werden overgebracht. Precieze cijfers over de vluchtelingen uit België zijn er niet, maar algemeen wordt aangenomen dat er in 1918 zowat 325.000 Belgen in Frankrijk verbleven. In de eerste oorlogsmaanden waren er ook zo’n 35.000 Belgen in Folkestone, Groot-Brittannië. Daarnaast probeerden veel mensen ook te vluchten naar het neutrale Nederland. De Duitse bezetter trachte dit tegen te gaan door de grens streng te bewaken met wachtposten en prikkeldraad.

Ook de inwoners van de BIE-regio sloegen op de vlucht. Sommigen vertrokken in de eerste oorlogsdagen en keerden later in de oorlog terug naar hun stad of gemeente. Anderen bleven gedurende de hele oorlog op de vlucht. Op sommige plaatsen waren de inwoners verplicht om hun woonplaats te verlaten wanneer het er te gevaarlijk werd. Zo werden heel wat Dadizelenaars overgebracht naar Balen, een gemeente 170 kilometer verderop in de provincie Antwerpen.

Foto: collectie Johan Vandekerckhove