Verzorging van de gewonden

Omwille van haar strategische ligging achter het front speelde de BIE-regio een belangrijke rol in de opvang en verzorging van Duitse soldaten. Gemeenten die slechts 15 km achter het front lagen werden tijdens de oorlog regelmatig overspoeld door gewonde soldaten die vochten rond Ieper en de Ijzer. In Lichtervelde, Roeselare en Izegem, verder van het front verwijderd, werden verschillende types van Duitse hospitalen of lazaretten gebouwd voor de verzorging van de soldaten.

Onmiddellijk achter de frontlijn had je de eerstehulpposten, de ‘Verbandplätze’. Een eindje verder achter het front lagen ‘Feldlazaretten’, verzorgingsplaatsen waar spoedoperaties plaatsvonden. Ook was er een ‘Kriegslazaret’, een groter ziekenhuis met verschillende afdelingen voor soldaten die tegen een langere herstelperiode aankeken. Daarnaast kende de regio verschillende ‘Ortskrankenstuben’of ziekenhuizen waar geen gewonde, maar zieke soldaten werden verzorgd. Ook gewone burgers konden hier terecht. 

De lazaretten werden meestal ondergebracht in de door de Duitse bezetter opgeëiste bestaande gebouwen. In Izegem, bijvoorbeeld, moesten de bewoners van het Oudmannenhuis op 11 november 1914 het gebouw verlaten, zodat de eerste gewonden konden worden aangevoerd. De verzorging van gekwetste soldaten gebeurde door Duitse geneesheren en verplegend personeel. Omwille van hun ervaring met de verzorging van ouderen of gehandicapten, waren er veel kloosterzusters onder de verpleegkundigen. Voor het transport van gewonden vorderden de Duitsers vervoermiddelen van de gemeenten en hun inwoners. Inwoners werden ook ingeschakeld om massagraven te delven voor de overleden soldaten.

De Duitse bezetter was als de dood voor besmettelijke ziektes, zoals tyfus, levensbedreigend voor zowel de soldaten als de burgers. Bij het uitbreken van een epidemie ging men de verspreiding van de ziekte soms tegen door hele wijken ontoegankelijk te maken voor de Duitse soldaten. Zo werd de Mentenhoek in Izegem half oktober 1916 verboden terrein voor Duitse soldaten en officieren. In de gemeenteschool van Oekene installeerde men een ‘Isolierstation’voor de verzorging van besmette Duitse soldaten.

In gemeenten die ver van het front lagen, zoals Ingelmunster en Izegem, was er ’s avonds heel wat ‘vrouwenverkeer’, waardoor geslachtsziekten zich snel verspreidden. Sommige ontuchtige vrouwen werden opgepakt en naar Brugge gebracht voor een onderzoek, of voor lange tijd gevangen gezet. In Roeselare was er een speciaal ziekenhuis waar vrouwen en mannen met een geslachtsziekte behandeld werden. Op het einde van de oorlog brak de Spaanse griep uit, die heel wat slachtoffers zou eisen onder de soldaten en burgers.

Foto: collectie Ten Mandere