Na Schuwe Maandag in de BIE-regio trokken de Duitse soldaten verder richting Langemark –Poelkapelle.

De eerste slag bij Langemark (21/10/1914 – 23/10/1914) was de eerste grote confrontatie tussen beide kampen.  In deze slag stonden ervaren Britse en Franse soldaten tegenover Duitse reserverkorpsen. Deze laatsten waren nog erg jong hadden een zeer korte training gehad voor ze naar de oorlog waren getrokken. De Duitse soldaten waren niet opgewassen tegen de geallieerde troepen en slaagden er niet in om Langemark in te nemen. Deze slag wordt ook wel eens omwille van de jonge onervaren studenten ‘de kindermoord’ genoemd.

Enkele dagen later was de slag bij Geluveld (29/10/1914 – 31/10/1914). Bij deze slag werden Zandvoorde, Hollebeke, Mesen en Wijtschate ingenomen door de Duitse troepen. Op 1 november werd Geluveld ingenomen en op 2 november kwam St.-Elooi in Duitse handen.

De tweede slag bij Langemark (10/11/1914 – 11/11/1914) luidde het einde in van de eerste slag bij Ieper. Tijdens deze slag probeerden de Duitse soldaten tevergeefs opnieuw om Langemark in te nemen. Het doel van de Duitse bezetter was om bij de slag bij de Nonnebossen op 11 november Ieper in te nemen, maar dit lukte niet. Ieper bleef in geallieerde handen en het front bleef een lange tijd op dezelfde plaats liggen.

Na deze eerste slag bij Ieper kwam er een grote stroom aan gewonde soldaten toe in de BIE-regio waar ze verzorgd werden in de lazaretten.