28 september 1918 1e dag eindoffensief in Westrozebeke

Na het Duitse lenteoffensief van april 1918 was het tij gekeerd in het voordeel van de geallieerden. De Duitsers waren op het einde van hun krachten en zetten volop in op defensie.

De geallieerden bereidden intussen een groot offensief voor die een einde moest maken aan de oorlog. Tussen Diksmuide en Ieper gingen de Belgen massaal in de aanval en konden snel oprukken.

Op 28 september 1918 startte een grote artillerieaanval in de frontstreek rond Houthulst-Langemark-Poelkapelle- Zonnebeke. In de loop van de voormiddag werd Hooglede-Gits onder vuur genomen. De troepen die daar ingekwartierd waren namen positie in bij het front om de infanterieaanval af te slaan.  Naast deze artillerieaanval was er ook een infanterieaanval tussen Ieper en Diksmuide waarbij de geallieerden konden oprukken tot de heuvelrug van Westrozebeke. De soldaten slaagden er echter niet in om die dag de heuvelrug in te nemen. Die dag werden wel Zonnebeke, Passendale, Langemark, Poelkapelle en Houthulst bevrijd.

De opmars van de Belgen werd iets voor Westrozebeke gestopt ter hoogte van de Spriet, de Zeugeberg en de Goudberg. Aan de voet van de Goudberg verweerden de Duitsers zich sterk en sneuvelde de Vlaamsgezinde luitenant Jules De Winde.

Op de foto zie je het verwoeste Westrozebeke dat tijdens het eindoffensief het zwaar te verduren kreeg.