De eerste Oorlogswinter was redelijk rustig geweest. In de lente van 1915 wilden de Duitsers een nieuw offensief lanceren in Vlaanderen omdat het front al maanden niet meer was opgeschoven.

De tweede slag bij Ieper ving aan op 22 april 1915. Op deze dag gebruikten de Duitsers, tegen internationale afspraken in, een gruwelijk chloorgas ten Noorden van Ieper. Dit gas werd in grote flessen via de regio BIE naar het front gebracht en ingegraven. Om het gas te gebruiken moest men gunstig weer en gunstige wind afwachten. Op 22 oktober werden de gasflessen open gezet en werden de geallieerde troepen verrast. Deze trokken zich massaal terug waardoor er een grote opening ontstond in het front en de Duitsers een vrijgeleide naar Ieper kregen. Het Duitse leger was niet voorbereid op zo’n gemakkelijke opmars en konden er niet optimaal gebruik van maken. De Canadezen lanceerden snel een tegenaanval waardoor de Duitse opmars werd gestopt.

De volgende dagen werden door de Duitsers nog meer gasaanvallen gelanceerd, maar het verrassingseffect was weg en ze slaagden er niet in om Ieper in te nemen. In de BIEregio waren de gevolgen van deze 2e slag bij Ieper sterk voelbaar. In voorbereiding op deze slag was er in de regio een grote aanvoer van troepen en materiaal geweest. Tijdens de slag werden er veel krijgsgevangenen, gewonden en doden van het front naar de streek gebracht.