In het voorjaar van 1917 werd duidelijk dat er weldra een nieuw militair offensief van start zou gaan. In de BIE-regio werden er steeds meer soldaten ingekwartierd en waren er steeds meer geallieerde bombardementen op strategische punten. Eind juli startten de geallieerde troepen een groot offensief. Het was de bedoeling om vanuit Ieper door te stoten naar de Vlaamse havens van Zeebrugge en Oostende. Dit grote plan viel echter tegen. Ruim drie maanden vochten de geallieerden heel hard, maar beide partijen verloren tegen de honderdduizend soldaten in de streken rond Passendale. De gemeenten die het dichtst bij het front lagen zoals Westrozebeke, Moorslede, Slypskapelle en Dadizele kwamen nu dicht bij de eerste linies te liggen en werden compleet verwoest. De vele hospitalen werden opnieuw met gewonden overspoeld en de Duitse militaire begraafplaatsen zwollen aan.

Op 31 juli 1917 barste dit Britse zomeroffensief los. Deze slag is bekend als de slag van Passendaele, een slag die zo goed als geen terreinwinst betekende maar wel heel wat slachtoffers. Tijdens de slag waren er veel troepenbewegingen en werden er honderden gewonden achter het front gebracht. Zo diende de kerk van St-Jozef op de Geite in Hooglede als een belangrijke verbandpost in de zomer van 1917. Ook de nieuw aangelegde begraafplaatsen van Hooglede kregen dagelijks veel nieuwe doden te verwerken.

Het front kwam intussen al maar dichter bij Staden te liggen. Door de gunstige ligging op de Stadenberg konden de Duitsers daar echter stand houden. Tijdens de gevechten in deze periode werd Staden volledig verwoest. Ook Westrozebeke werd in de zomer van 1917 herleid tot een puinhoop.

Het front kwam tot stilstand vlakbij Moorslede. Het terrein was door de meer dan drie maanden durende beschietingen omgewoeld tot een maanlandschap. De kerk van Moorslede was onder andere tijdens het offensief vaak gebruikt als richtpunt voor de Britse artillerie. Om dit te stoppen, beslisten de Duitsers om de kerk zelf te dynamiteren in juli 1917. De basiliek in Dadizele werd door de geallieerden gebombardeerd.

Begin november kwam er een einde aan de derde slag van Ieper. Ondanks het einde van deze lange gevechtsperiode bleef het vrij onrustig in de regio. De luchtaanvallen en artilleriebombardementen bleven doorgaan. Ook gemeenten zoals Ingelmunster, Roeselare en Izegem werden steeds meer onder vuur genomen. Sommige gemeenten werden omwille van deze reden deels of volledig ontruimd, al gaf de bevolking hier niet altijd gehoor aan.